Thema's

Jeugdcriminaliteit

59

Het tragische van jeugdcriminaliteit voor zowel de slachtoffers als de daders is dat het voorkomen had kunnen worden. Kinderen die gedragsstoornissen laten zien hebben vaak:

  • leerproblemen;
  • een laag gevoel van eigenwaarde;
  • moeite zich te verplaatsen in andere kinderen.

Ze lopen het risico om door hun eigen ouders mishandeld te worden en de stoornissen kunnen erger worden als ze volwassen zijn. Onderzoek toont ook aan dat de effecten doorgaan in de volgende generatie. Dus als zij later kinderen krijgen lopen deze ook weer risico op stoornissen.

 

Zware criminaliteit wordt vaker gepleegd door mensen met een verleden van storend gedrag. Behandelprogramma's voor jeugdcriminaliteit hebben vaak slechte resultaten omdat gezinnen vaak pas hulp zoeken als het gedrag van hun kind heftig en structureel is. De nadruk op het vinden van een effectief middel tegen jeugdcriminaliteit richt zich nu op het voorkomen van gedragsproblemen bij kinderen door vroegtijdig risicokinderen te signaleren.

 

Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat naast de persoonlijke karaktereigenschappen van het kind er drie fundamentele risicofactoren voor gedragsstoornissen zijn:

  • gestresste ouders die onzeker zijn en die inconsistent en negatief opvoeden;
  • strijd tussen de ouders over opvoeden;
  • significant niveau van depressie bij een of beide ouders.

 

Voor hulp kun je terecht bij Porthos.

 

Opvoedsteunpunt Middelburg

Roeland Vis, pedagogisch adviseur

Locatie: Porthos/CJG, St. Sebastiaanstraat 12.

Opvoedspreekuur: dinsdag 9.00 - 11.00 uur, woensdag 9.00 - 11.00 uur, donderdag 19.30 - 21.30 uur

 

Opvoedsteunpunten Vlissingen  

Locatie: Porthos/ De Combinatie, Pablo Picassolein 126

Bellen voor afspraken van maandag t/m vrijdag van 08.30- 13.30 uur.

Opvoedspreekuur: maandag 13.00 - 15.30 uur, woensdag 10.00 - 12.30 uur

 

Opvoedsteunpunt Veere

Gemeentehuis Domburg
Traverse 1
4357 ET Domburg
Opvoedspreekuur: maandag 13.00 - 15.30 uur

 

Voor het maken van een afspraak bij een van de opvoedsteunpunten van de GGD kun je op werkdagen contact opnemen tussen 8.30 - 13.30 uur, telefoonnummer 0118 - 655060.

Terug naar overzicht thema's

Veelgestelde vragen

  1. 1 Verwijzing naar de 10 veelgestelde vragen?

    Voor specifieke vragen kunt u terecht op: http://nieuw.porthos.nl/vragen/

  2. 2 Wat is het verschil tussen een dip en een depressie?

    We kennen het allemaal : het gevoel dat alles niks is, je nergens meer zin in hebt en alles negatief lijkt. Iedereen voelt zich wel eens verdrietig of somber. Je kunt door verschillende dingen depressieve gevoelens krijgen. Je kunt je bijvoorbeeld heel onzeker voelen, of ruzie met familie of vrienden hebben. Of je weet niet wat je met jezelf of je leven aan moet. Ook kan het zo zijn dat je eigenlijk helemaal geen idee hebt waardoor je in een dip zit of depressieve gevoelens hebt. Het is in ieder geval voor jezelf belangrijk dat je iets met deze gevoelens doet. Soms worden depressieve klachten steeds erg of duren ze langer. Het wordt dan steeds moeilijker om uit je dip te komen en de kans wordt groter dat er echt sprake is van een depressie. Of er nu sprake is van een dip of een depressie is moeilijk vast te stellen. Jijzelf of een vriendin, leerkracht of ouder kan in je omgeving niet vaststellen of er sprake is van een depressie. Een depressie is namelijk een diagnose die alleen gesteld kan worden door bijvoorbeeld een arts. Een deskundige kan de klachten die jij ervaart onderzoeken. Komt je er niet uit? Neem dan contact op met Porthos.

  3. 3 Wat moet ik doen nu mijn ouders gaan scheiden?

    Als je ouders gaan scheiden, kan dit heel erg voor je zijn. Voor je gevoel horen je vader en moeder samen te zijn. Een scheiding kan spanningen, onzekerheden, angst, onzekerheid en boosheid naar anderen veroorzaken. Je ouders zijn voor jou een basis, je kon op je ouders vertrouwen. Hoe je reageert op de scheiding, is voor iedereen verschillend. Maar het is heel normaal dat je er last van hebt. Als je ouders gaan scheiden, kun je allerlei lichamelijke klachten krijgen, zoals:

    ◦    Angstklachten zonder dat je precies weet waarom
    ◦    Vermoeidheid
    ◦    Eet- en slaapstoornissen
    ◦    Pijn in het lijf (hoofdpijn, buikpijn, rugpijn)
    ◦    Somberheid, nergens zin in hebben en andere lichte depressieve klachten
    ◦    Moeite om te concentreren

    Praat met je ouders over hoe jij je voelt. Ook kun je iemand in vertrouwen nemen, die op een onpartijdige manier naar je luistert en je steun kan bieden. Hierbij kun je denken aan een leraar op school, iemand van de sportvereniging, een kennis/vriend of een familielid. Kom je er niet uit? Neem dan contact op met Porthos.

  4. 4 Tot welke leeftijd moet ik naar school?

    In Nederland gaan de meeste kinderen vanaf hun 4e tot hun 18e jaar naar school. Volgens de Leerplichtwet moet je pas naar school als je vijf jaar bent. Je moet op een school zijn ingeschreven op de eerste dag van de maand die volgt op je vijfde verjaardag. Vanaf dat moment moet je ook iedere schooldag op school aanwezig zijn. De leerplicht geldt tot het einde van het schooljaar waarin je 16 jaar wordt, daarna begint de kwalificatieplicht.

     

    Na de leerplicht ben je kwalificatieplichtig en moet je een startkwalificatie behalen. Een startkwalificatie is een mbo-diploma op niveau 2 of hoger of een havo/vwo-diploma. Een vmbo-diploma is dus geen startkwalificatie. Om een startkwalificatie te behalen kun je de hele week onderwijs volgen of kiezen voor een combinatie van leren en werken. De kwalificatieplicht duurt tot de dag dat je een startkwalificatie hebt behaald of de dag dat je 18 jaar wordt.

     

    Meer lezen over de leerplicht en andere zaken over leren? Kijk op de speciale website www.lereninzeeland.nl

  5. 5 Ik blijf wel eens thuis van school, mag dat?

    Je moet in principe alle lessen volgen. Je mag alleen thuisblijven als je ziek bent. De Leerplichtwet kent geen snipperdagen, je hebt al veel vakantie. Daarom kunnen je ouders alleen in uitzonderlijke gevallen verlof voor je aanvragen. Verzuim je toch, dan kan de leerplichtambtenaar van het RBL (Regionaal Bureau Leerlingenzaken) jou en/of je ouder(s)/verzorger(s) hierop aanspreken. Wanneer je spijbelt of te laat komt, loop je een groter risico het onderwijs zonder diploma te verlaten. En jongeren zonder diploma hebben minder kans op een baan. Daarom wordt spijbelen en te laat komen steeds vroeger aangepakt. Als beginnende spijbelaar of als je te laat op school komt kan je van het RBL een verwijzing krijgen naar Bureau Halt waar je een Halt-traject moet volgen. 

    Meer lezen over de leerplicht en andere zaken over leren? Kijk op de speciale website www.lereninzeeland.nl